Lapinporokoira

Lapinporokoira

 

(Lapinporokoira) 

Spitsen en Oertypes 

FCI: 284

Sectie: 3: 

Land van Herkomst: Finland 

Korte geschiedenis:
De Lapinporokoira stamt af van de oeroude rendierherdershondenrassen van de Finse Samen. Als gevolg van het inkruisen van verschillende rassen was hij uiteindelijk vrijwel ongeschikt als rendierherdershond. Sommige honden vertoonden zelfs ander gedrag en gingen jagen in plaats van hoeden. Men besloot het ras te reconstrueren en uiteindelijk ontstond een goede herdershond, die gehard en robuust was en een voor het doel geschikte vacht had. Bovendien kon hij ook onder zware weersomstandigheden en op moeilijk terrein zijn werk doen. De Lapinporokoira is buiten de Finse grenzen weinig voorkomend.

Gebruik: hoeden van rendieren

Aard: De Lapinporokoira kan het beste omschreven worden als een zeer intelligente hond die zeer snel leert.  Als hij aan het werk is (oorspronkelijk het hoeden van rendieren) zit ie vol energie en werkt zelfstandig. Tijdens het werk, maar ook bij opwinding, blaft de hond gemakkelijk. Wat niet in houdt dat de Lapinporokoira de hele tijd zou moeten blaffen. Hoewel het tegenwoordig wat meer een familiehond is, blijft het bovenal een werkhond, die het beste gedijd als hij samen met zijn baas aan het werk mag. In Finland is dat het hoeden van rendieren, in Nederland kan dat o.a. het hoeden van schapen of koeien zijn, samen speuren, reddingshondenwerk, agility, obedience, canicross, maar de hond is ook goed te gebruiken als aaihond en hulphond.  Het belangrijkste is dat de hond niet alleen fysiek, maar ook mentaal wordt uitgedaagd. Een hond waar niets mee ondernomen wordt gaat zich vervelen en gaat dan voor zichzelf aan het werk, wat meestal resulteert in het uithalen van kattenkwaad. Bij voldoende uitdaging, is de hond rustig in huis!

Samenvatting van de rasbeschrijving:
De Lapinporokoira is een duidelijk rechthoekige spitshond. Hoofd: langgerekt, licht gewelfde schedel, niet noemenswaardige stop, duidelijke voorhoofdsgroef, uitgesproken wenkgbrauwbogen. Rechte neusrug, bij voorkeur zwarte neusspiegel, maar deze mag harmoniëren met de vacht. Droge lippen. Ogen: bij voorkeur donker, maar harmoniërend met de kleur van de vacht, ver uit elkaar, ovaal, met levendige uitdrukking. Oren: vrij ver uit elkaar geplaatst, middelgroot, rechtopstaand, breed aan de basis, goed behaard. Gebit: schaargebit. Hals: krachtig, gematigd lang, droog. Lichaam: diepe, ruime borstkas, Sterke rug en croupe, licht opgetrokken buiklijn. Ledematen: goede hoeking van de schouder en opperarm, sterke botten, rechte voorbenen, vering in de voormiddenvoet Goed gehoekte achterbenen met brede, gespierde dijbenen. Voeten: dik behaard. Staart: gematigd lang, harig, laag aangezet. Wordt in rust hangend gedragen, in beweging losjes gekruld, mag niet boven de rug worde gedragen. Gangwerk: draver met zeer lange passen. Vacht: gematigd lang, recht, vrij uitstaand, grove dekharen. Zachte, dichte ondervacht. Kleur: alle tinten zwart, zelfs grijsachtig of bruin, vaak lichter grijsachtig of bruinachtig op het hoofd, de onderkant van het lichaam en de benen. Witte aftekening op de hals, borst en benen is toegestaan. Schofhoogte: reu 51 cm, teef 46 cm. Een afwijking van ± 3 cm is toegestaan.

Gezondheid: Problemen die voorkomen zijn: Prcd-PRA: bij dit ras komt een vorm van PRA (oogaandoening) voor waar alle honden die voor de fok ingezet worden via DNA op getest en geselecteerd worden. Lijders van deze aandoening worden voor de fok uitgesloten.

Voor de officiële rasstandaard in het Engels: zie www.fci.be

Zie ook de officiële rasinformatie van de RvB

kop herder maja
scandia foto's 2010 234
maja lap rendier 2
Lapiporokoira